fbpx

Zwangerschap trimester 3

Je zit in je 3e trimester!!!

Bij de voorbereidingen op de komst van je kindje overvalt je misschien al af en toe een schoonmaakwoede. Als je daardoor veel met je handen in het water zit, krijgen die een rimpelige, weke huid. Je kindje zou ook zo’n huidje kunnen krijgen want die zit tenslotte 38 weken in het water! Om dat te voorkomen vormen de talgklieren in zijn huid sinds de twintigste week huidsmeer, ook wel vernix genoemd. Zijn hele huid is nu met witte, kwarkachtige crème bedekt; alleen het mondje en de oogleden zijn vrij. Het beschermlaagje wordt nog steeds dikker tot ongeveer 35 weken, daarna begint het bij stukjes en beetjes los te laten. Als je kind op tijd geboren wordt zit er alleen nog maar een beetje smeer in de huidplooien. Het afschilferende huidsmeer geeft kleine vlokjes in het vruchtwater. Als je bij de bevalling vruchtwater verliest kan de verloskundige daaraan al iets aflezen over de “rijpheid” van je kindje. Bij vruchtwater dat helder is als kraanwater, beval je waarschijnlijk te vroeg (er is nog geen huidsmeer afgeschilferd); bij melkwit vruchtwater ben je waarschijnlijk overtijd. Bij helder vruchtwater met vlokjes ben je gewoon op tijd. Als je kind geboren is, geeft de hoeveelheid huidsmeer die hij nog heeft een aanwijzing over zijn werkelijke leeftijd.

Je rug is een van de zwakke plekken in de zwangerschap. Een goede lichaamshouding is daarom belangrijk. Maar ook verder moet je proberen je rug zoveel mogelijk te ontzien. Dit betekent dat je jezelf moet aanleren niet te bukken, maar door de knieën te gaan. Zeker als je zware dingen moet optillen is dat belangrijk. In het huishouden zijn veel klusjes waarbij je, zonder het te merken, vaak “even bukt”. Maar waarom zou je bij het ophangen van de was de mand niet op eens krukje zetten? Op je werk zijn ongetwijfeld soortgelijke aanpassingen te verzinnen; je moet er alleen oog voor hebben. Als je werk hebt waarbij je rug erg zwaar belast wordt, kun je om tijdelijk ander werk vragen. Meestal zal je werkgever dat wel willen regelen; het alternatief is dat je het niet volhoudt en moet stoppen met werken!! Een lekkere luie stoel wordt nu ook minder aantrekkelijk. Hij zit nog wel net zo lekker, maar het wordt een probleem eruit te komen. Kijk ook eens naar het matras van je bed. Als je ’s-ochtends met rugpijn wakker wordt, kan dat ook aan je matras liggen. Tip!: Misschien vind je het niet prettig om lange tijd in een stoel te zitten. Probeer dan eens de kleermakerszit op de grond of op een hard kussen. Dat is een goede oefening voor je bekkenbodem- en beenspieren, en je buik hangt lekker “vrij”. Om het comfortabeler te maken kun je met je rug tegen de muur leunen.

Het hoofdje van je kindje groeit behoorlijk; de afstand tussen beide slapen is nu bijna acht centimeter. Het koppie wordt voor het grootste gedeelte gevuld door hersentjes. Maar die moeten de komende maanden nog heel wat groeien! Om daar ruimte voor over te houden zijn de schedelbeenderen nog niet aan elkaar vastgegroeid. 

Het hoofdje bestaat uit vijf schedelbeenderen: één vormt het achterhoofd, twee vormen links en rechts het voorhoofd en de slapen, en daartussen zitten aan weerszijden de wandbeenderen. Omdat ze afgeronde hoeken hebben, ontstaan er bij de “kruispunten” beenderloze plekken, die fontanellen worden genoemd. Iedereen kent wel de fontanel bovenop het babyhoofdje, die tussen de negende en achttiende maand dichtgroeit. Maar er is dus ook een (veel kleinere) fontanel op het achterhoofd. Sterk bindweefsel houdt de beenderen bij elkaar en bedekt ook de fontanellen. Er zit dus beslist geen gat in het hoofdje, zoals sommige mensen angstig denken.

Doordat er fontanellen en naden tussen de schedelbeenderen zitten, kan het hoofdje zich bij de bevalling aanpassen aan de nauwe doorgang: de schedelbeenderen schuiven dan (tijdelijk) als dakpannen een stukje over elkaar heen. Bij het persen, als het hoofdje bijna geboren is, kun je dit vaak duidelijk zien, als een richel. Een bijkomend voordeel is dat de verloskundige bij een inwendig onderzoek aan de hand van die naden en fontanellen kan voelen hoe het hoofdje door het geboortekanaal komt. Als ze een kruising voelt van vier naden, is dat het voorhoofd; bij een kruising van drie naden voelt ze het achterhoofd. Op die manier kan ze controleren of de bevalling volgens plan verloopt.

Je kind is nu ongeveer 1,5 kg en 39 cm lang en zit helemaal ingepakt in vet (vernix, huidsmeer). Zo wordt zijn huidje tegen uitdroging beschermd. Onder dat vet heeft hij een zacht vachtje van nesthaar (languno). Bij veel kinderen zie je na de geboorte nog resten van dit vachtje – op de oorranden en schouders bijvoorbeeld. Er zijn ook kinderen die over hun hele lichaam nog haartjes hebben, waardoor ze eruit zien als een perzikje. Maar meestal laten deze haartjes in deze periode van de zwangerschap los. Na de 38ste week is er dan niets meer van te zien. Deze haartjes komen in het vruchtwater terecht. En dat is niet het enige afval. Ook losgelaten stukjes huidsmeer en huidcellen zweven daar in rond. Je kind drinkt van dit vruchtwater, ongeveer twee eetlepels per uur. Maar van drinken moet je plassen – en dat doet hij dan ook lustig: per dag komt er een halve liter baby-urine in het vruchtwater terecht!

Al met al lijkt het niet zo’n frisse bedoening daarbinnen. Maar dat valt wel mee, want elk uur wordt ongeveer een derde deel van het vruchtwater ververst. Er is een voortdurende circulatie aan de gang; per dag wordt er 25 liter vocht uitgewisseld! Niemand weet precies hoe dat werkt, maar het is een samenspel van je kind, de placenta en de vliezen van de vruchtzak. 

Deze waterverversing voorkomt niet dat je kind toch rondzwevende cellen, haartjes en vet inslikt. Maar deze hapjes zijn juist goed voor de ontwikkeling van zijn maag en darmen. Na de geboorte zie je ze weer terug in de vorm van een taaie, zwarte, teerachtige ontlasting die meconium wordt genoemd. 

Je kindje kan bewegen, geluiden horen en licht zien. Zou het ook al emoties hebben? En hebben emoties van de moeder invloed op het kind? Als je tijdens je zwangerschap ongelukkig bent door nare of verdrietige dingen, kun je wel eens bang zijn dat je daardoor je kind benadeelt. En als je je onzeker voelt over je zwangerschap kan dat een schuldgevoel geven tegenover je kind. 

Het is een feit dat bij angst en spanning bepaalde hormonen in je bloed komen. Deze hormonen komen ook bij je kind terecht. Hij zal het dus wel merken dat je gespannen of angstig bent. Maar hij merkt ook of je veel of weinig beweegt, of je een ochtend- of avondmens bent en of je van rock of klassieke muziek houdt. Hij is immers een eenheid met jou; hij “weet” alles van je. En juist daarom is hij zo vertrouwd met jou en juist daarom wil hij na de geboorte het liefst bij jou zijn. 

Verwacht niet van jezelf dat je alleen maar mooie gevoelens mag hebben. Wees jezelf, in blijdschap en verdriet. Zoals elke relatie, heeft ook de relatie met jou en je kind ups-and-downs. Voor deze relatie wordt nu, in de zwangerschap, een basis gelegd. Je hebt een heel leven voor je om dit uit te bouwen. 

Misschien merk je dat je de laatste maanden emotioneel een beetje naar binnen keert. Je hebt echt genoeg aan jezelf. Het leven buiten, om je heen, lijkt minder belangrijk dan de wereld binnen in je buik. Voor vrijen, werken of de krant heb je misschien niet meer zoveel belangstelling. Voor je man kan het moeilijk zijn jou te zien veranderen. Misschien krijgt hij het idee dat hij niet meer meetelt voor je. Maak hem deelgenoot van je gedachten en dromen – alleen dan kun je “samen in verwachting” blijven.

Je kind is nu 42 centimeter lang en weegt ongeveer 2 kilogram. Zijn hoofdje heeft een doorsnede van ongeveer 8,5 centimeter. Wanneer je eraan denkt dat hij nóg groter wordt, en nóg zwaarder, kan de gedachte aan de bevalling je wel eens bevangen. Hoe is het mogelijk dat zo’n heel kind door zo’n klein gaatje komt? Dat kan toch niet lukken!! Herken je dat? Alle zwangere vrouwen hebben deze gedachten, zeker wanneer de datum van de bevalling dichterbij komt. En het feit dat er om je heen zoveel vrouwen met een kinderwagen lopen die dat allemaal voor elkaar hebben gekregen, is maar een schrale troost. Daarom is het goed je erin te verdiepen hoe je lichaam erop gebouwd is om de geboorte mogelijk te maken. Wanneer je kijkt naar foto’s van een bevalling moet je eens kijken hoe wijd het gebied rond de schede- ingang (de vulva) kan worden. Het weefsel van de vulva is namelijk enorm elastisch en heel goed doorbloed. Onder invloed van de zwangerschapshormonen is die soepelheid nog meer toegenomen. Ook de vagina die normaal een smalle koker is, is zo elastisch geplooid dat ze kan oprekken tot een wijde buis waar het kind doorheen kan. Het lijkt een beetje op het aantrekken van een coltrui met een nauwsluitende col; je moet er even moeite voor doen om er doorheen te komen, maar het lukt wel omdat de elastische col net zover oprekt dat je hoofd er precies doorheen past. Ook je kind zelf zal eraan meewerken dat de doorreis slaagt: onder invloed van de weeënkracht, jouw perskracht en de vorm van het geboortekanaal zal hij bij voorkeur met zijn kruintje voorop door de vagina gaan. Want zo komt hij er het gemakkelijkst doorheen.

Als dit je eerste zwangerschap is, heeft je kind nu nog maar weinig bewegingsruimte. Met zijn gewicht van 2250 gram en zijn lengte van 44 centimeter is hij zo groot dat hij niet meer kan kopjeduikelen. Als je al eerder zwanger bent geweest, is je baarmoeder wat rekbaarder en kan je kind nog wat langer “vrij” rondbuitelen. Toch zal hij binnenkort gedwongen zijn om in een vaste houding te gaan liggen. Je kindje gaat het liefste met zijn hoofdje omlaag liggen (tekening A, B, C). Zo ligt het lekker: de vorm van het hoofdje past mooi bij de ovale vorm van het bekken. En ook al trappelt hij dan nog zoveel met zijn beentjes – het zal hem niet meer lukken om te draaien, omdat hij zich tegen de elastische baarmoederwand niet kan afzetten. Maar als je kind in hurkzit in het bekken zakt (D) ligt dat anders: hij kan zich met zijn voetjes dan goed afzetten tegen de botten van je bekken. Deze houding die “volkomen stuitligging” wordt genoemd, is dan ook niet zo stabiel. Je ziet vaak dat het kind zelf deze houding verandert in hoofdligging.
Het kan ook voorkomen dat je kind met zijn billetjes naar beneden, en met zijn benen tegen zijn neus ligt (E). Deze houding zal hij dan moeilijker kunnen corrigeren, omdat hij zo ook mooi in het bekken past en zich niet zo makkelijk kan afzetten. Hij zal dan geboren worden in “onvolkomen stuitligging”. Een echte “dwarsligging” komt maar zelden voor; de schouder is dan b.v. het voorliggend deel (F). In die houding kan een kind spontaan geboren worden; men zal dan ook altijd proberen het kind in een andere ligging te krijgen. Met behulp van speciale handgrepen wordt bij de zwangerschapscontrole gevoeld hoe jouw kind ligt. Als je verloskundige twijfelt of hij met zijn hoofdje of zijn billetjes naar beneden ligt, geeft een inwendig onderzoek of echoscopie uitsluitsel. Ligt je baby na 36 weken nog in een andere ligging dan hoofdligging en is er tijdens de echo geen aanwijsbare reden gevonden waarom je baby zo ligt, dan kan een gynaecoloog of getrainde verloskundige je baby met zijn of haar handen proberen te draaien. Dit heet uitwendige versie.

Als je je kind voelt bewegen lijkt het alsof hij er maar wat op los trapt. Maar uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ieder kind al vanaf de vierde maand een heel eigen gedrag vertoont. Ieder kind heeft bijvoorbeeld een eigen gezichtsuitdrukking, want die wordt mede bepaald door de erfelijke aanleg van de gezichtsspieren. Je kind zal dus al in de baarmoeder, als de details van zijn gezichtje nog niet eens afgewerkt zijn, net zo kunnen fronsen als zijn vader en net zo kunnen “kijken” als zijn moeder. Maar ook de grovere bewegingen zijn niet allemaal willekeurig: je kind heeft bijvoorbeeld al een duidelijk dag- en nachtritme, en een karakteristieke slaaphouding. Als je goed oplet merk je misschien dat je bepaalde bewegingen steeds op dezelfde tijd en op dezelfde plaats voelt. Let eens op of je daar een bepaald patroon in kunt ontdekken. Het is leuk om te zien of hij na de geboorte dezelfde soort bewegingen maakt en op dezelfde tijden wakker is.

Van je verloskundige of het kraamcentrum heb je vast al een listje gekregen van wat je nodig hebt voor de bevalling. Het is handig om dit lijstje eventueel uit te breiden met de volgende spullen: Tijdens de weeën krijg je vaak droge lippen door het vele ademen en zuchten. Een lippenbalsem is dan prettig.

Omdat je topsport levert, moet je ook veel water blijven drinken. Soms is het lastig om overeind te komen, zorg dat je rietjes bij je hebt. Zo kun je makkelijker drinken.

Om nog even door te gaan op deze topprestatie: neem Dextro Energy mee. Deze druivensuiker tabletten leveren een snelle en directe energietoevoer om het concentratie- en prestatievermogen op peil te houden.

Terwijl je het van boven warm hebt, kun je het van onderen koud krijgen: ijskoude voeten horen echt bij een bevalling. Geitenwollen sokken zijn dan heerlijk.

Pijn onder in de rug wordt verlicht door warmte. Een warme pittezak is dan praktisch. Even 2 a 3 minuutjes in de magnetron. Plaats hem vervolgens op of achter je rug.

Misschien zul je het lekker vinden gemasseerd te worden. Het is handig daar wat olie bij te gebruiken om je huid niet te irriteren.

Genoeg zaken om aan te denken. 😉

Hoe zal je bevalling beginnen? En zal je op dat moment wel weten dat het zover is? 10% van alle bevallingen begint met het breken van de vliezen. Onverwacht, zonder voorteken, voel je vruchtwater weglopen. Het lijkt alsof je in je broek plast, maar dat is het niet. Veel vrouwen zeggen dat ze een duidelijk “knapje” voelden in hun buik. Soms stroomt het vruchtwater er echt uit, meestal volgen de weeën dan al snel. Maar meestal, wanneer je nog geen weeën hebt, verlies je eerst niet zoveel.
Het hoofdje van je kind zit als een soort kurk in het bekken, en houdt de meeste vloeistof tegen. Maar omdat de “kurk” niet zo goed past, zullen er steeds scheutjes water langs lopen. Je blijft dus nat tot je bevallen bent. Ondertussen wordt er nog nieuw vruchtwater bijgemaakt. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je kindje droog komt te liggen. Check sowieso altijd zelf de kleur en de geur en neem dan direct contact op met je verloskundige. Het kan ook zijn dat je bevalling begint met het verliezen van de slijmprop. In de baarmoedermond zit tijdens de zwangerschap een prop van taai slijm, die en barrière vormt tegen bacteriën van buitenaf. Als de baarmoedermond open gaat valt deze slijmprop eruit. Dit geeft meestal aan dat er wat ontsluiting is. Als je helemaal niets bijzonders voelt, zegt dit voorteken niet zo veel: het kan nog beste een paar dagen of 2 weken duren voor je bevalt. Maar je moet het wel melden aan je verloskundige.
Meestal begint de bevalling met weeën.

 

Meestal begint de bevalling met weeën. Als dit je eerste kindje is, weet je niet precies hoe dat gaat voelen. Weeën zijn moeilijk te beschrijven en dat onbekende maakt het vaak spannend. Het gekke is echter, dat je, op het moment dat je weeën hebt, ze zeker zal herkennen. Het zal je echt niet overkomen dat je al slapend of winkelend, onverwacht bevalt. Weeën zijn, zeker aan het eind van de bevalling, zo intens en uniek dat je er niet omheen kunt. Misschien ben je al eerder bevallen; dan ben je ervaren. Tijdens deze bevalling herinner je je dan ongetwijfeld weer hoe het was. Houd er wel rekening mee dat het bij een tweede kind allemaal wat sneller kan gaan. Spreek met je verloskundige af wanneer je haar moet bellen; meestal is dit als de weeën een uur lang om de 4 à 5 minuten komen. Weeën hebben voordelen en nadelen. Een nadeel is dat je soms zo ontzettend veel van nodig hebt voor je bevallen bent. Of dat ze niet een uurtje wegblijven als je dat zou willen. Een ander nadeel is dat je er niets aan kunt doen om ze te beïnvloeden; ze beginnen als de tijd daar rijp voor is. En als de weeën te krachtig of juist niet krachtig genoeg zijn, kun je niets anders dan je te ontspannen; en laat ze maar over je heen komen. Vooral wanneer je graag de touwtjes zelf in handen wil hebben, kan het moeilijk te accepteren zijn dat je zo aan de natuur bent overgeleverd. Over deze nadelen hoor je altijd veel verhalen: over de voordelen haast nooit. Toch zijn die er wel. Een wee is eigenlijk de enige pijn waarvan je de oorzaak kent, die nuttig is en die een duidelijk doel heeft: de geboorte van je kindje. Houd altijd dit doel voor ogen!! Een wee is een soort golf die je moet bedwingen: de pijn komt, stijgt tot het hoogste punt en ebt daarna weer weg. Focus op de pauze. De pauze duurt, zeker in het begin, vaak langer dan de wee zelf. Bovendien brengt iedere wee je dichter tot je kindje. Probeer tijdens de bevalling dat einddoel voor ogen te houden!!

In welke houding ga je bevallen? 25 jaar geleden zou je jezelf die vraag niet hebben gesteld, omdat toen iedereen “gewoon” liggend in bed, een kind kreeg. Maar tegenwoordig heb je veel meer mogelijkheden. Zittend, staand, op handen en knieën, in bad of hurkend, op een baarkruk – alles is mogelijk zolang je niet medisch wordt.

Bij de bevalling moet je kind door het geboortekanaal naar buiten. Dat geboortekanaal heeft de vorm van een tunnel met een bocht erin. Als je plat op je rug ligt, en je perst, gaat je kind eerst schuin naar beneden: na de bocht moet hij vervolgens schuin naar boven om bij de uitgang te komen. Op dat moment moet je dus tegen de zwaartekracht inwerken. En dat wordt liggend erg lastig. Om optimaal gebruik te maken van de zwaartekracht heeft “verticaal baren” de voorkeur. Als je veel rugpijn hebt, kun je in deze houding ook wat makkelijker gemasseerd worden. Bovendien zijn bij een verticale houding de persweeën vaak krachtiger, en heeft je bekken in hurkhouding de meest gunstigste stand om het kind er door te laten. Er zijn, echter ook een paar nadelen: Je man zit achter je, als een soort stoelleuning en hij kan niet zien (mocht hij dat graag willen) hoe je kind geboren wordt (met een spiegel zou kunnen). En soms kun je tussen de weeën door niet goed uitrusten als je niet kunt gaan liggen. Kortom: de verticale houding is ongetwijfeld de meest natuurlijke houding. Maar of het voor jou ook de beste houding is, zul je tijdens de bevalling moeten ervaren!!

Dit is officieel je laatste zwangerschapsweek. Maar heel weinig vrouwen (ongeveer 5 %) bevallen op de uitgerekende dag – misschien had je je daarom voorgenomen niet te veel op die datum te letten. En misschien ben je al bevallen op dit moment.
Als dat niet het geval is, zul je merken dat je nu toch een beetje in de ban komt van die magische datum. Iedere avond ga je slapen met de gedachte “misschien vannacht”. Je ruimt je huis en je was steeds op en beantwoordt steeds alle appjes en berichten van nieuwsgierige mensen. Lichamelijk wordt alles moeizamer. Je slaapt niet meer zo lekker, hebt last van je rug, je hebt misschien wel voorweeën of pijnlijke benen en dat gezellige getrappel van je kind kan je soms echt irriteren. Vorige week had je misschien nog zoveel te doen dat je hoopte dat je kindje nog maar even bleef zitten. Of misschien vond je het zo heerlijk om zwanger te zijn dat je een soort heimwee voelde bij de gedachte dat dat zo meteen voorbij zal zijn. Toch zul je merken dat je er, wanneer je deze week bevalt, vrede mee zult hebben omdat je er dan echt aan toe bent. Daarom is het ook zo moeilijk om twee weken overtijd te raken – die twee weken kunnen langer lijken dan die hele negen maanden! Je hebt 48% kans dat je overtijd raakt. Probeer dan ook zoveel mogelijk gewoon door te leven. Maak afspraken, ga naar de film of het bos en rust zoveel als je wilt. Met een ontspannen, uitgerust lichaam krijg je sneller weeën en beval je beter.
En bovenal: geniet van de aandacht die jij, met je mooie dikke buik, nu nog krijgt. Je bent zwanger en dat is een unieke belevenis…

En ineens breekt je water…en is het tijd om al het geleerde in praktijk te brengen……………..Of ineens krijg je weeën…. 10% van de bevalling start met het breken van de vliezen en de overige 90% van de bevallingen start met weeën.
Wanneer waarschuwen?Waarschuw je arts of verloskundige wanneer je ongerust bent, als je vruchtwater verliest of als je elke 4, 5 minuten een wee hebt.
De ontsluiting is het begin van de bevalling. De baarmoedermond gaat onder invloed van – de in kracht toenemende – weeën open. Op een gegeven moment wordt de opening zo groot dat de baarmoeder en vagina in elkaar overlopen. In de meeste gevallen kan dit echt nog wel even duren. Echter er zijn altijd uitzondering: Het kan ook zijn dat jouw baarmoeder “snelle ontsluiter” is. Dat is niet altijd een pretje. Het kan je dan behoorlijk overvallen.
Wanneer je ontsluiting volledig is – bij ongeveer tien centimeter – kan de uitdrijving beginnen.
In de soms lage uren van ontsluiting is het belangrijk op de hoogte te blijven van de vorderingen die je maakt. Omdat je aan de buitenkant niet kunt zien hoe groot de ontsluiting is, wordt je af en toe “getoucheerd”. De arts of verloskundige gaat met twee vingers je vagina in en voelt de verweking van de baarmoedermond, de vliezen, hoe diep het hoofdje zit, in welke stand het staat en hoeveel centimeter ontsluiting je ondertussen al hebt. Om infecties te voorkomen wordt je vagina schoongemaakt en wordt een steriele handschoen gebruikt. Veel vrouwen hebben een hekel aan toucheren. Zeker als er meerdere mensen in de kamer aanwezig zijn. Bovendien kan het pijn doen omdat de spieren rond de vagina op dat moment extra gespannen staan. Aarzel in elk geval niet te vragen of men even kan wachten met toucheren. Het is en blijft jouw lichaam.

De einddatum is verstreken en nog steeds ben je niet bevallen. Toch zit er niets anders op dan geduld te hebben. Het kan nu echt niet lang meer duren. Verwen jezelf in ieder geval met iets extra’s. Mocht je baby zich aan het einde van de 42-ste week nog niet hebben aangediend, dan loop je het risico dat de functie van de placenta vermindert en je moet worden ingeleid. De minst “kunstmatige” methode is het “strippen” van de baarmoedermond. Hierbij worden de vruchtvliezen met een vinger losgewoeld, waardoor het hormoon prostaglandine vrijkomt dat de rijping van de baarmoedermond stimuleert. Soms wordt een tabletje prostaglandine in de schede vlakbij de baarmoederwand ingebracht. En soms krijg je een ballonkatheter. Mocht dit niet baten dan krijg je een infuus met oxytocine, een weenopwekkend middel dat je normaal zelf produceert. Helpt dit alles onvoldoende dan is een keizersnede onvermijdelijk. Hopelijk dient je kindje zich vanzelf aan en komt het proces natuurlijk op gang. Je baby zal waarschijnlijk schoon ter wereld komen met zelfs al lange nageltjes. Dus houdt vol: je kindje komt er écht aan, ook al duurt het bij jou wat langer!!

Bericht delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email